In huurhuis blijven na overlijden partner, kan dat?

In sommige gevallen kunnen de huisgenoten van de overleden huurder de huurovereenkomst na diens overlijden voortzetten. Dit hangt ervan af of er na het overlijden van de huurder, andere huurders, medehuurders of inwoners achterblijven.


Andere huurder

In het geval er naast de overleden huurder nog een of meer andere huurders zijn (samenhuurders), dan zetten zij de huurovereenkomst na het overlijden van een van de huurders gewoon voort.

Huisgenoot, geen medehuurder

Na het overlijden van de hoofdhuurder mag de samenwoner die niet tevens huurder of medehuurder is, nog zes maanden in het huurhuis blijven wonen. Dit is niet van toepassing op iedere huisgenoot, maar geldt alleen voor de huisgenoot waarmee de overleden huurder een duurzaam gemeenschappelijk huishouding voerde. De huisgenoot moet dit wel aan de verhuurder melden.

Mocht de samenwoner ook na het verstrijken van de periode van zes maanden in de woning willen blijven, dan moet hij dit ook binnen dit termijn van zes maanden bij de kantonrechter vorderen. Zolang er nog niet (onherroepelijk) op het verzoek is beslist, loopt de huurovereenkomst gewoon voort.

De kantonrechter zal het verzoek van de samenwoner uitsluitend op drie gronden afwijzen:

1. De eiser (samenwoner) heeft niet voldoende aannemelijk kunnen maken dat er sprake was een duurzaam gemeenschappelijke huishouding. Het moet de bedoeling van de samenwoners zijn geweest om de duurzaam gemeenschappelijke huishouding lang te laten duren.

2. Indien de partner niet voldoende waarborg biedt om de huur te kunnen voldoen.

3. Indien voor de woning op grond van de huisvestingswet een huisvestingsvergunning nodig is en de partner deze vergunning niet heeft overgelegd.

Als het verzoek wordt toegewezen en de samenwoner dus hoofdhuurder wordt, is hij overigens niet aansprakelijk voor de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst die vóór het overlijden van de huurder bestonden. Dit betekent dus dat de nieuwe huurder niet aansprakelijk zal zijn voor bijvoorbeeld een huurschuld die voor het overlijden van de huurder is ontstaan. Hiervoor moet de verhuurder de erfgenamen van de overleden huurder aanspreken.


Zie ook: Gratis voorbeeldbrieven; huuropzegging, huurbescherming, achterstallig onderhoud etc.