Vaststellingsovereenkomst bij ontslag

Als een werkgever het dienstverband van een werknemer wil beëindigen kan dat pas nadat hiervoor toestemming van UWV is gekregen of de werkgever moet ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter vragen. Maar als een werknemer zich kan vinden in een beëindiging van de arbeidsovereenkomst doet zich nog een andere mogelijkheid aan, namelijk beëindiging van het dienstverband door middel van een vaststellingsovereenkomst/beëindigingovereenkomst.
Voorwaarde voor een vaststellingsovereenkomst/beëindigingovereenkomst is dat zowel de werkgever als de werknemer willen dat het dienstverband beëindigt. Dit wordt ook wel ontslag met wederzijds goedvinden genoemd.

Voordeel van een vaststellingsovereenkomst/beëindigingovereenkomst is dat de weg via het UWV of de kantonrechter vermeden kan worden. De werknemer verliest het recht op een WW-uitkering niet, als uit de vaststellingsovereenkomst blijkt dat de werknemer niet verwijtbaar werkloos is, het de werkgever is die het initiatief heeft genomen om het dienstverband met wederzijds goedvinden te beëindigen, de opzegtermijn in acht is genomen en de werknemer niet ziek is.
Verder kunnen in de vaststellingsovereenkomst/beëindigingovereenkomst aanvullende afspraken gemaakt over bijvoorbeeld de einddatum, de hoogte van een eventuele ontslagvergoeding, blijft de werknemer tot de laatste dag werken of mag hij eerder stoppen, het opnemen of uitbetalen van de vakantiedagen, een positief getuigschrift, geheimhouding, etc. Ook moet in de vaststellingsovereenkomst/beëindigingovereenkomst worden opgenomen dat de werkgever en werknemer verklaren dat zij niets meer van elkaar te vorderen hebben, met andere woorden, er dient finale kwijting over en weer te worden verleend.

Download: